Algemeen

E-column uit Goeferdinge: De maisoogst is ongeveer een halve eeuw oud!

4-IMG_0486

Column, 06/10/2017 – De maisteelt is, in gematigde gebieden zoals België, rond 1970 algemeen geworden. Al na 1965 hadden grote boeren in Engeland, Duitsland, Nederland, Frankrijk evenals in de Belgische Ardennen al geëxperimenteerd met silomais of snijmais. Deze mais wordt geoogst als volledige plant waarbij zowel de groene delen van de plant als de zaadkolf worden versneden en in een silo of een kuil worden opgelegd om te bewaren.

ecolumn uit goeferdinge karel-depelsemaeker-banner

Snijmais is een energierijk product, dat door de combinatie van korrels en de groene gedeelten van de maïsplant zowel ruwvoer als krachtvoer levert: het krachtvoer wordt door de korrels (het zaad van de maisplant) geleverd, dit krachtvoer bevat vooral veel zetmeel, het ruwvoer wordt door de groene delen van de plant geleverd.

Voor 1970 werd er ook sporadisch maïs gekweekt voor de korrels die meestal onder de naam van Spaanse tarwe, aan kippen en duiven werden gevoerd. Maar vanaf de late jaren zestig, in de twintigste eeuw, zijn onze landbouwers kuilmais (snijmais) gaan telen als veevoeder. Kuilmais wordt in één dag geoogst en ingekuild. Het oogsten gebeurt door loonwerkers die gespecialiseerde machines zoals ‘een “8-rijige” hakselaar’ bezitten. Hierbij wordt de hele plant met haar kolven gekneusd tot snij– of kuilmais. Bij het hakselen moet de haksellengte ongeveer 8 mm bedragen en moeten de korrels gekneusd of gebroken zijn. Dit is afhankelijk van de eigenschappen van de machine, die kan worden ingesteld op het toerental en het aantal messen. Kuilmais hakselen op een lengte die langer is dan 10mm, is slecht voor de bewaring ervan: men kan dan moeilijk, bij het aandrukken van de maïskuil, de lucht eruit drukken, wat broei- en schimmelvorming tot gevolg heeft. Daar mais rijk is aan fermenterende koolhydraten wordt hij zonder toevoeging van bewaarmiddelen bewaard, als de mais goed gehakseld en aangereden is, daalt door de afwezigheid van zuurstof en de zuurtegraad snel in de kuil, en verhindert ook de groei van schadelijke bacteriën: schimmels en gisten kunnen wel goed leven bij een lage zuurtegraad, maar ze hebben zuurstof nodig.

Van oorsprong is mais een subtropische plant die van bij de Azteken, Maya’s en andere Inca’s komt. Christoffel Columbus gaf in 1492, door mais mee te brengen naar Spanje, de aanzet tot de verspreiding in Europa. Door natuurlijke selectie is men tijdens de zestigerjaren van vorige eeuw gekomen tot de huidige hybride rassen, die beter aan ons klimaat zijn aangepast.

Buiten het massale gebruik van mais in veevoeders, zijn er in ons voedsel ook nog tientallen minder gekende toepassingen, men schat dat ongeveer 2500 voedingsmiddelen maisderivaten (afgeleide stoffen uit mais) bevatten, zoals zoetstoffen in onder andere: chocolade, chips, fruitsap, snoep, ketchup, pickles, wijn en dieetproducten, maar ook in tortilla’s, popcorn, maisolie, cornflakes, maizena, maispap, en ook in sommige bieren ter vervanging van mout. Tevens kent mais vele toepassingen onder de vorm van biopolymeren, zo wordt mais onder meer verwerkt in autobanden en biologisch afbreekbare plasticzakken. In homeopathie wordt mais gebruikt om leverziektes te genezen, u ziet, mais is een veelzijdige plant.

Misschien is het goed er eens aan te denken dat een maisveld, een zomerlang, een welgekomen beschutting en een plaats van geborgenheid, voor vogels en kleine zoogdieren is. Bovendien houdt een hectare mais meer CO2 vast dan een hectare bos of haagkant, concreet recycleert 1ha mais de CO2-uitstoot van 60.000 km autorijden, en levert zo voldoende zuurstof voor het jaarverbruik van 50 tot 60 personen. Wie beweerde er ook weer dat het grote maisareaal het Vlaamse landschap verstikt?

Sinds we in onze contreien mais zijn gaan telen zijn ook marterachtigen, vossen, reeën en everzwijnen in aantal toegenomen. Ik schreef hierboven al dat een maisveld een uitstekend biotoop is voor kleine viervoeters: vooral ratten en veldmuizen huizen in een maisveld, deze hebben op hun beurt een aantrekkingskracht op vossen en marters teweeggebracht. Bovendien worden ze in een maisakker niet gezien als ze zich door de brede rijen verplaatsen. De laatste 45 jaar zijn deze dieren hierdoor serieus toegenomen. Ze zijn vooral vanuit de land- en wijnbouwstreken vanuit Frankrijk, Luxemburg en Duitsland via maisvelden naar hier gekomen. Ook de everzwijnen en de dassen zijn nu naar Vlaanderen op komst, en zo lang er mais op onze akkers zal staan zullen ze moeilijk te verdrijven zijn, hoe graag men dit ook zou willen.

Als sommigen beweren, dat groene jongens ze geïntroduceerd zouden hebben, dan is dit larie en apenkool! Wellicht hebben jagers wel een handje toegestoken bij de introductie van reeën en evers. Als sommigen beweren dat ze door de groenens nachts vossen hebben zien loslaten vanuit bestelwagens, dan hebben ze zich wel miszien: sommige biologen hebben hier in Vlaanderen wel van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek de wetenschappelijke opdracht gekregen, om vossen te vangen en ze onder de vorm van een chip van een zendertje te voorzien. Dit gebeurt trouwens nu nog, ook het reilen en zeilen van marterachtigen en everzwijnen wordt, in opdracht van Europa, op ook deze manier geregistreerd. Misschien moeten we ook daar eens serieus over nadenken, en onze kippen waarop de vos en marterachtigen zo verlekkerd zijn, ’s nachts beter beschermen door hun hokken af te sluiten.

In de Argonne, dit is een streek in Frankrijk tussen Reims en Verdun waar ik dikwijls eens vertoef, worden maisvelden dicht tegen de grond afgezet met elektrische afsluitingen. Ook in Duitsland en Zwitserland wordt dit al toegepast.

In onze naburige landen worden dezelfde dieren als – een rijkdom – van de plaatselijke fauna beschouwd, ze worden daar mooi afgebeeld op borden om de biodiversiteit van de streek, die in een natuurlijke selectie in stand wordt gehouden, aan te duiden. De overheid is in deze landen dan ook wel veel strenger voor het laten optrekken van kippenhokken, duiventillen, konijnenstalletjes, jagershutten en hutten om vogels te spoten dan in ons land. Verwijt me na het lezen van deze column niet van …”. Nee, ik ben gewoon een observator die met een onbevangen rechtvaardigheidsgevoel schrijft over wat er zich rondom ons voordoet.

Wanneer erop woensdag 27 september, achter onze tuin een groot maisveld gehakseld werd, sprak ik even met iemand van de onderneming ‘Loonwerken Hoerens Zottegem’ die de werken uitvoerde. Hij me vertelde dat ze tijdens de zomer ook de graanoogst met maaidorsers, bij de boeren gaan afrijden. ‘Maar nu in de herfst rijden we alleen maisvelden af; we rijden echter, met een speciale ‘maisdorsmachine’ ook velden af waar mais voor de korrels wordt geteeld. Aan de aardappel- of bietenoogst doen we niet mee. Dat zijn meer firma’s uit Wallonië, die deze werken hier verrichten’, vertelde hij me.

Ik vroeg hem ook hoeveel maisakkers ze per dag kunnen afwerken? ‘Bij normaal weer doen we per dag een 20-tal hectaren. We werken dan vanaf 6u in de morgen tot 8uur ’s avonds’, antwoordde hij, ‘want ook het inkuilen behoort bij onze taak’.

Karel De Pelsemaeker.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s